Chronische pijn, een kleine frustratie

chronisch ziekIedereen die mij al wat langer volgt weet dat ik al lange tijd kamp met chronische pijn (chronisch pijnsyndroom/fibromyalgie). Het is iets wat ik al een aantal jaar goed kan accepteren en ik heb mijn leven zo kunnen aanpassen dat ik er eigenlijk niet veel mee bezig ben. Natuurlijk zijn er absoluut dingen die ik hierdoor niet kan. Lang staan lukt bijvoorbeeld niet (geen staconcerten dus) en een uur wandelen is voor mij echt het maximaal haalbare. Daarna is de pijn erg heftig en willen mijn benen ook niet meer vooruit. Dit zijn dingen waar ik rekening mee kan houden en hoewel het een enkele keer nog steeds even jammer is om bepaalde dingen niet te kunnen is het iets waar ik prima mee om kan gaan en ik durf zelfs te zeggen dat ik er helemaal aan gewend ben.

Hierdoor heb ik ook eigenlijk nooit veel behoefte om te praten over mijn chronische pijn en ben ik er zelf niet mee bezig. Ik voel het elke dag, sommige activiteiten maken het heftiger, maar daar denk ik verder helemaal niet meer bij na.

Het is maar een enkele keer zo dat het bij mijn nog frustratie oplevert. Vaak is het dan niet eens de pijn zelf die daarvoor zorgt, maar bijvoorbeeld eerder iets wat ik graag zou willen, maar niet kan.

Iets wat me soms ook kan frustreren is de focus van mijn omgeving op de pijn. Wanneer iemand mij vraagt hoe het met me gaat en ik geef eerlijk aan dat het even wat minder gaat is de volgende vraag al snel: “Oh, heb je veel pijn?” Het is natuurlijk goed bedoeld en ik zal dus ook niks met mijn frustratie doen, maar zo’n vraag kan me soms wel een klein beetje irriteren. Niet alles draait om de pijn. Als het even minder gaat is het niet altijd de pijn die daarvoor zorgt. Sterker nog, het is vaak juist eerder iets anders wat speelt.

Gelukkig kan ik deze frustratie altijd wel snel weer loslaten en tegen mezelf zeggen dat iemand het alleen maar goed bedoelt en dat de interesse die getoond wordt alleen maar heel erg lief is. Dat voelt voor mij ook zeker zo en heel vaak zorgt het ook niet eens voor frustratie. Maar soms, soms wel. (En dan schrijf ik het even lekker van mij af op mijn blog!)

Advertenties

De sportschool: verschillende types

SportenDe laatste tijd probeer ik weer wat vaker richting de sportschool te gaan. Het liefst ga ik toch wel minstens een keer per week, maar ik moet ook eerlijk bekennen dat dat me niet altijd lukt. Laatst had ik een week vrij en dan lukt het wel om vaker mijn gezicht te laten zien. Van het programma dat ooit voor mij is opgesteld, is eigenlijk niks over. Ik trek nu mijn eigen plan en kijk welke oefeningen lukken. Naast dat ik altijd hard aan de slag ben kijk ik stiekem ook wel eens om mij heen en zie dan eigenlijk verschillende typen sporters voorbij komen.

De bodybuilder

Je kan uiteraard niet om ze heen, de bodybuilders. Het zijn veelal mannen aan wie duidelijk te zien is dat ze regelmatig de sportschool bezoeken. Ze staan in de hoek waar de gewichten liggen en daar leven ze zich mee uit. Voor de spiegel natuurlijk want ze kijken maar al te graag naar de spierballen die ze gekweekt hebben. De oefeningen die ze doen gaan met een hoop gekreun gepaard, zo weet iedereen dat ze hard aan het trainen zijn.

De materiaal sleper

Het volgende type wat ik regelmatig tegenkomen in de sportschool is de materiaal sleper. Het zijn sporters die heel erg goed weten waar ze mee bezig zijn en die verschillende oefeningen in gedachten hebben voor zichzelf. Voor deze oefeningen hebben ze verschillende materialen nodig, denk aan gewichten, elastieken, matjes. Deze worden voortdurend heen en weer gesleept naar de plek waar zij hun oefening doen. Maar of ze nu ook daadwerkelijk oefeningen doen? Voor mijn gevoel wordt er vooral veel met materiaal heen en weer gesleept, maar gebeurt er verder niet veel. Geeft niet, ook het heen en weer slepen zorgt voor beweging.

De telefoon kijker

Dan heb je nog de sporters waarbij hun telefoon aan hun hand vastgeplakt zit. Is het niet om een selfie te maken en zo aan de wereld te laten zien hoe goed ze bezig zijn, dan is het wel om tussen de oefeningen door te kletsen met hun vrienden en hun social media bij te houden. Heel erg belangrijk natuurlijk. Sterker nog, volgens mij is die telefoon nog belangrijker dan het sporten zelf.

De kletskop

Het is natuurlijk veel gezelliger om samen te gaan sporten. Je kan elkaar immers motiveren om toch naar de sportschool te gaan, terwijl je daar eigenlijk zo ontzettend tegenop ziet. Samen is het zoveel makkelijker. Bovendien heb je dan ook gezellig te tijd om bij te kletsen. Sterker nog, als je niet oppast ben je alleen maar aan het bijkletsen en is het sporten ineens een bijzaak geworden. Zonde van je tijd? Welnee, bijkletsen is immers ook heel erg belangrijk.

Lichamelijk vs. psychisch

De laatste tijd zie ik het steeds vaker voorbij komen, de vergelijking tussen een psychische aandoening en een lichamelijke aandoening. Verschillende berichten komen voorbij waarin dezelfde situatie wordt beschreven voor bijvoorbeeld een depressie en een gebroken been of kanker. Daarnaast zie ik ook regelmatig een gedicht voorbij komen waarin wordt aangegeven dat iemand liever een lichamelijke dan psychische aandoening heeft, want dat is na een aantal weken gips of een antibioticum kuur zo weer verholpen. Elke keer weer vraag ik me af, waarom deze vergelijking? Lees verder

Iets met privacy

Het is zover, sinds gisteren is er een nieuwe privacywetgeving van toepassing. De Algemene verordening gegevensbescherming, of terwijl AVG. Het is mij eerlijk gezegd nog steeds niet helemaal duidelijk in hoeverre je als hobbyblogger hier daadwerkelijk iets mee moet. Enerzijds lees ik dat iedereen die persoonsgegevens verzamelt aan de wet moet voldoen, anderzijds lees ik dat de wet alleen geldt voor ondernemingen die inkomsten hebben. Echter neem ik liever het zekere voor het onzekere en heb ik dus zelf sinds kort ook een privacyverklaring op mijn blog staan. Lees verder