Doktersassistent tijdens de coronacrisis

coronaVolgens mij houdt het op dit moment iedereen wel bezig: het coronavirus. Een microscopisch klein deeltje wat de hele wereld in zijn greep heeft. Voor veel mensen lijkt het of het leven even stil staat. Als doktersassistent ben ik zelf gewoon aan het werk, dus voor mij voelt het eigenlijk niet heel anders. Behalve natuurlijk dat een dag op de praktijk er ineens wel heel anders uit ziet en de leuke uitjes even in het water vallen.

Toch heb ik zelf wel heel erg het gevoel dat het leven ‘gewoon’ doorgaat en dat vind ik eigenlijk wel heel erg fijn. Ik ga naar mijn werk, loop even heerlijk een rondje in de zon tijdens mijn lunchpauze en fiets eind van de dag weer naar huis. Op mijn vrije dagen ben ik lekker aan het puzzelen, geniet ik van een goed boek of maak even een wandeling. De zon schijnt weer regelmatig, dus ik ben veel in de tuin te vinden. Het enige wat ik mis is dat ik geen vrienden of familie kan zien, maar verder is mijn leven niet ontzettend veel anders dan normaal.

Werken tijdens de coronacrisis

Op het werk is het aan de telefoon behoorlijk druk. Helaas ook met vragen waar mensen eigenlijk geen huisarts voor nodig hebben, maar we staan iedereen uiteraard netjes te woorden. Je merkt duidelijk dat mensen toch wel angstig zijn. Gelukkig lukt het meestal wel om patiënten weer gerust te stellen, maar een enkele keer draait het toch ook uit op behoorlijk boze patiënten. Negen van de tien keer omdat iemand graag getest wil worden, maar daar geen reden voor is. De meeste patiënten zijn echter wel begripvol en vaak komen we dan samen tot de juiste aanpak.

Voor gewone klachten wordt er overigens minder gebeld, wat op zich heel bijzonder is. Normaal gesproken is het namelijk ook best druk en willen patiënten liever gisteren dan vandaag gezien worden door de dokter, maar nu kunnen de klachten blijkbaar ineens toch wel wachten. (Dit is wel een beetje gemeen van mij om zo te zeggen, maar toch is het een rare gewaarwording.) Waarschijnlijk zal de drukte rondom deze klachten over een aantal weken ook wel weer gaan toenemen, dus we zetten ons alvast schrap.

Dagindeling

De dagen op de praktijk worden anders ingedeeld dan normaal. In de ochtend komen de mensen die geen luchtwegklachten hebben. We proberen zoveel mogelijk telefonisch af te handelen op dit moment, maar voor sommige klachten zal de huisarts de patiënt toch echt moeten zien. In de middag zijn er dan de speciale ‘corona spreekuren’ voor mensen die luchtwegklachten hebben. Het kan ook zijn dat iemand een andere klacht heeft, bijvoorbeeld buikpijn, maar ook hoest en proest en dus ook op het corona spreekuur moet komen. Op die momenten mag er maar een patiënt tegelijk naar binnen en houden wij als doktersassistenten afstand zodat we de kans om zelf besmet te raken zo klein mogelijk maken.

Bijzondere momenten

Het is mooi om te zien dat de coronacrisis toch ook wel veel bijzondere momenten oplevert op de praktijk. Zo zijn er al meerdere mensen geweest die medische spullen als handschoenen en mondkapjes langs hebben gebracht. Daarnaast worden we eigenlijk dagelijks wel verblijd met een mooie bos bloemen of een overheerlijke taart. Zo bijzonder is dat. Ook merk ik dat mensen begripvoller zijn dan normaal en is er ineens enorm veel waardering voor ons werk. Mooi om dat te ervaren.

Bovendien wordt er ondanks alles toch ook heel wat af gelachen. Als collega’s onderling hebben we heel wat lol, humor sleept je er immers toch doorheen. Daarnaast hebben we ook met patiënten al heel wat lol gehad. Deze situatie levert soms gewoon zulke bizarre situaties op. Het is mooi om te zien dat de patiënten zelf dan ook kunnen mee lachen. Het is pittig, maar deze bijzonder momenten houden ons op de been.

Stop, politie!

fietsDe politie is je beste vriend. Totdat je een bekeuring krijgt natuurlijk. Dan is die liefde ineens over. Het liefst krijg je natuurlijk zo min mogelijk met de politie te maken. En die bekeuringen kan je uiteraard ook missen als kiespijn. Ben ik zo braaf dat ik nog nooit een bekeuring heb gehad? Of kom ik toch regelmatig met de politie in aanraking. Ik zal het je vertellen.

Klein meisje

Als klein meisje (brugklasser van 11) kwam ik voor het eerst echt met de politie in aanraking. Ik fietste altijd naar school en moest dan ook een kanaal oversteken met een pont. Ik was altijd een heel braaf meisje en had in het donker altijd netjes mijn licht aan. Op een keer deed mijn voorlicht het echter niet. Het regende heel hard en ik moest de pont halen, dus ik bedacht me op de pont maar even te bekijken waarom mijn licht het niet deed.
Vlak voor de pont stond echter politie te controleren en natuurlijk werd ik er tussenuit gepikt omdat mijn licht het niet deed. Achteraf bleek dat dit kwam doordat mijn fietsband door de regen langs mijn dynamo gleed waardoor mijn dynamo niks deed. De agente was echter onverbiddelijk, ik kreeg een bekeuring. Daar was ik best even van ontdaan overigens. Uiteindelijk heb ik hem trouwens niet betaald omdat ze mijn naam echt totaal verkeerd hadden geschreven en mijn ouders de bekeuring retour hebben gestuurd met ‘persoon niet op dit adres bekend’. Ha! Ik heb er nooit meer iets van gehoord.

Te snel

Daarna is het gelukkig even stil geweest. Vorig jaar kreeg ik voor het eerst een bekeuring voor te snel rijden. Gelukkig reed ik maar een paar kilometer te hard, dus de kosten waren niet heel hoog. Ik was op weg naar mijn vriendin die op de intensive care lag en reed in een voor mij onbekende stad. Zonder navigatie, dus was goed aan het opletten waar ik heen moest. Ik zag uiteraard dat de 80-kilometer weg ineens overging in een 50-kilometerweg, alleen heb ik blijkbaar doordat ik tegelijkertijd aan het zoeken was, niet op tijd afgeremd. Overigens hadden haar ouders op precies dezelfde plek een bekeuring gekregen, dus lag het misschien toch niet helemaal aan mij. Zonde van mijn geld was het wel.

Stop, politie!

De laatste keer dat ik met de politie in aanraking kwam was niet lang na die eerste bekeuring. Het was Koningsdag en ik reed op de snelweg vlak achter een andere auto. Ineens schoot er van links een auto tussen mij en mijn voorganger. ‘Aso!’ dacht ik nog, wat een idioot om er zo tussen te schieten. Twee tellen later ging er ineens een lichtje branden. Stop! Politie. Volgen. Ineens had ik klotsende oksels. Was dat echt voor mij? Ik reed toch netjes de juiste snelheid? Had toch niet per ongeluk rechts ingehaald? Ik reed achter de politie aan naar een tankstation en stapte daar met een rood hoofd uit om te gaan horen wat ik nu precies had misdaan. ‘Niet schrikken hoor’ zei de (mega knappe!) agent. Wat bleek, ze hadden me even aan de kant gehaald om aan te geven dat mijn tankklepje nog open stond. Gewoon om aardig te zijn. Pfffffieuw, ik had niks verkeerd gedaan, maar was vooral heel erg stom geweest.

 

Lachen op het werk

zonsondergangHoewel ik op mijn werk – ik werk als doktersassistent – natuurlijk met heel serieuze dingen bezig ben, lachen mijn collega’s en ik echt heel wat af. We maken regelmatig heftige dingen mee, dus het is fijn dat er ook momenten zijn voor wat luchtigere dingen. We hebben ook allemaal wel een beetje dezelfde humor, dus er wordt dagelijks wel gelachen bij ons op het werk. Om elkaar, om patiënten, van alles komt er voorbij. Wij hebben er altijd veel lol van, dus leek het me een goed idee om bepaalde momenten eens met jullie te delen. Kunnen jullie ook mee lachen. Lees verder

Chronische pijn, een kleine frustratie

chronisch ziekIedereen die mij al wat langer volgt weet dat ik al lange tijd kamp met chronische pijn (chronisch pijnsyndroom/fibromyalgie). Het is iets wat ik al een aantal jaar goed kan accepteren en ik heb mijn leven zo kunnen aanpassen dat ik er eigenlijk niet veel mee bezig ben. Natuurlijk zijn er absoluut dingen die ik hierdoor niet kan. Lang staan lukt bijvoorbeeld niet (geen staconcerten dus) en een uur wandelen is voor mij echt het maximaal haalbare. Daarna is de pijn erg heftig en willen mijn benen ook niet meer vooruit. Dit zijn dingen waar ik rekening mee kan houden en hoewel het een enkele keer nog steeds even jammer is om bepaalde dingen niet te kunnen is het iets waar ik prima mee om kan gaan en ik durf zelfs te zeggen dat ik er helemaal aan gewend ben. Lees verder